B'more

Hoi! Ben ik weer! Ik moet een beetje vlug zijn, want ik moet thuis nog de keuken schoonmaken, boodschappen doen en koken, voordat Tom en papa er zijn. Maar ik wilde graag eerst nog het verhaal over mijn vorige vakantie afmaken, voordat ik aan de volgende begin.
Joeri en ik hebben nog drie dagen leuke dingen gedaan in Baltimore. De eerste dag waren we niet het aller actiefst en zijn we op ons gemakje naar het STScI gelopen, over de Johns Hopkins campus. Kon ik laten zien waar ik het grootste deel van mijn tijd doorbreng. We hoopten dat ze een football wedstrijd aan het spelen zouden zijn, in het Hopkins stadium, maar laat nou net het onwaarschijnlijke gebeuren: ze waren aan het voetballen. Ja, dat doen we thuis ook. Goed, we hebben toch even gekeken. In de rust lieten ze 7-jarige jongetjes een potje kluitjes-voetbal spelen, zodat we ons niet zouden vervelen. Maar we hebben het toch voor gezien gehouden.

Over zondag heb ik wat meer te vertellen. We zijn naar het BMA (Baltimore Museum of Art) gegaan en hebben het flink uitgekamt. Een deel had ik al gezien, maar ik vond het niet zo erg om nogmaals van Matisse, Picasso en de oude Europese meesters te genieten. Het was niet een bijzonder groot museum, maar ze hadden van alles wat. De hedendaagse kunst was grappig. Vooral iemand die een hele zaal had gevult met van die kleine stukjes inpak-piepschuim en er automatische stofzuigers in liet rond rijden en er een slang aan het plafond hing, die af en toe al het harde werk van de stofzuigertjes vernietigde door eens even hard te blazen. Het was leuk om het landschap steeds te zien veranderen. Verder hing er natuurlijk ook het nodige autowrak aan de muur. Zo hoort dat bij moderne kunst.
Buiten speelde een band en hebben we een stukje pizza op. Daarna hebben we nog snel een bezoek gebracht aan de Amerikaanse kunstenaars. Die zeiden me toch minder. Ik vond iemand genaamd "Robinson" wel aardig. Ik denk dat hij bij de impressionisten hoort. Maar de rest schilderde zo realistisch (wat niet echt origineel is in de 19e eeuw en ik vond ze niet bijzonder goed (niet dat ik het beter kan...)). Och, sommige waren wel aardig. Verder hadden ze ook twee kamers ingericht zoals huiskamers er 200 ofzo jaar geleden uitzagen.
Daarna heeft Joeri me op een diner getrakteerd. In het BMA. Een of andere televisiekok heeft daar een restaurant (vernoemd naar zijn oma Gertrude) en ik wilde heel graag eens de I-can't-believe-it's-not-crab cakes proberen. Blauwe krab is de specialiteit van Baltimore en dan voornamelijk in de vorm van Crab Cakes, met speciale Old Bay seasoning. Ik ga natuurlijk zelf geen krab eten (zeker niet als ik overal hoor hoe slecht het gaat met de levende krabben in de baai vanwege vervuiling enzo), dus dit was mijn kans om iets dergelijks te proberen. Het smaakte totaal niet naar krab, maar het was lekker. Goed gekruide courgette cakejes met een soort sinaasappel sausje. Joeri heeft wel krab op (en ik heb ook een klein stukje geproeft) en echt Baltimore bier.

De laatste dag zijn we naar het National Aquarium gegaan. Dat is misschien wel het allerleukste in heel Baltimore. Het is gigantisch. Er zijn niet alleen veel vissen (waaronder prachtige koraalvisjes en enorme haaien), maar ook vogels en apen. En alle beestjes hebben genoeg ruimte om gelukkig te zijn. Een aantal vinkenpaartjes waren zelfs nestjes aan het bouwen en met elkaar om takjes aan het vechten.
Ze hadden een heel regenwoud nagebouwd. En in een ander stuk Australie. Als ik een vogel of een vis was... dan zou ik het wel weten. Over elke diersoort was een hoop informatie te lezen (al was het af en
toe een beetje moeilijk concentreren met alle schreeuwende kinderen). Wat ook heel leuk gedaan was, was een enorme vissentank waar je binnenin liep, zodat overal om je heen vissen waren. Ze waren net alle vissen aan het voeren, dus op die stukken was het een drukte van jewelste en in andere delen was het bijna uitgestorven.We hadden geen zin om te betalen voor de dolfijnenshow, maar we konden ze wel zien terwijl ze onder water zwommen. Na nog een paar kikkertjes, hadden we toch wel echt alles gezien.

Ook voor mij is het nu hoog tijd om te gaan, als ik alles gedaan wil hebben voor mijn bezoek komt. Komende week ben ik lekker op vakantie. Tot de week erna!



De volgende dag zijn we wel weer vroeg opgestaan, omdat we naar Washington D.C. gingen. Eerst met de bus naar Penn Station en dan een uur met de trein: daarna ben je ook wel meteen in hartje Washington. Natuurlijk eerst snel kaartjes gehaald voor het Capitool. Hoewel ik het al gezien had, vond ik het helemaal niet erg om nog eens te gaan. Het blijft een cool gebouw. Plus, het was nu een doordeweekse dag (woensdag) dus de senaat en het huis van afgevaardigen waren bezig met vergaderen.
Deze keer zijn we zelfstandig door The Library of Congress gelopen en alles wat ik me van mijn vorige rondleiding daar kon herinneren, heb ik aan Joeri verteld. Hij heeft stiekem toch een foto genomen van de leeszaal, ookal was dat verboden. Mooi, he?
Honger dreef ons naar de kantine van het museum van de Amerikaanse Indiaan. Daar heb ik hele lekkere pompoensoep op. En een heleboel gratis re-fill cherry coke. Daarna hebben we ook daadwerkelijk het museum bezichtigd. Tegen mijn verwachtingen in, ging het niet over Indianen voor de komst van de Europeanen. Maar juist over Indianen nu en hoe hun cultuur stand houdt of juist erg vermengd met de Westerse cultuur. Niet alles trouwens, want er was ook een hele wand vol Inca-kunstschatten en verhalen over hoe de Spanjaarden hun leider (Acapulco?) gevangen hadden genomen en al het goud hadden omgesmolten. Ook stond er in cijfers uitgedrukt hoev

De volgende dag





































